Linoleum is, volgens Wikipedia teminste, uitgevonden door Frederick Walton rond 1860. Het woord Linoleum is een samenvoeging van de Latijnse woorden Linem (vlas) en Oleum (olie), lijn(zaad)olie, dus. Walton mengde lijnolie met (onder andere) kurk en liet het geheel oxideren zodat een plastisch materiaal ontstond. Later is dat veelvuldig als vloerbedekking gebruikt.
Vanwege de structuur en taaiheid van linoleum hebben in de twintigste eeuw (en dan vooral de tweede helft) ook kunstenaars het materiaal ontdekt, en wel als vervanger voor het harde hout waar tot dan toe in gesneden en gegraveerd werd. Op basisscholen is het in de jaren zeventig en tachtig een tijdje populair geweest. Op menig school staan de spullen te verstoffen in kasten. Wellicht is er teveel hooi op de vorkjes van de onderwijzers terecht gekomen (maar dat is zuiver een privémening :-)
Linoleum wordt gemaakt in verschillende hardheden en kleuren. Voor vloeren is het wat harder en in mooie patronen en marmerstructuren te verkrijgen, voor linosnede kun je kiezen uit de zachte (kurklinoleum) en wat hardere, gladde varianten. Die moet je vaak bestellen bij leveranciers voor kunstenaarsmaterialen of schoolbenodigdheden. De wat hardere (en gladde) soort heet bij Forbo Walton (met een nummer dat ik nu even kwijt ben) en de zachte heet meestal gewoon kurklinoleum.
Het is misschien voor de hand liggend, maar kurklinoleum is minder glad en geeft bij het drukken en wat grovere afdruk. Glad linoleum is dus wel wat harder maar geeft dan ook weer strakkere resultaten. Maar goed, een te schraal ingeïnkte harde plaat kan een rommelig beeld geven en een lekker vet ingerolde kurkplaat kan dan juist weer een zeer contrastrijk prentje opleveren.
Als je het linoleum nog even schuurt voordat je gaat gutsen is de inktafdracht later natuurlijk beter. Sommigen schrapen met een scherp metalen plaatje de boel glad(der), maar het gevaar is dat het linoleum niet overal meer dezelfde dikte heeft en dát zie je dan pas bij het afdrukken.






Wat een verademing. (herkenbaar voor mij als zestiger jaren kind)
Hyper enthousiast ben ik en wil weer wat meer met deze techniek gaan werken. Ik hoop dat linosnede weer in opmars komt. Ik heb in elk geval deze techniek altijd geweldig gevonden zowel op basisschool als middelbare school en later als ondersteunend ouder bij de vakleerkracht op de basisschool van mijn kinderen. Maar helaas zijn de vakleerkrachten wegbezuinigd op de scholen en zonder hulp van ouders is dit met een hele klas tegelijk doen voor de gewone leerkracht zwaar en niet geheel zonder gevaar. In elk geval stond bij ons altijd de verbandtrommel binnen handbereik. Bovendien beschikken de scholen steeds minder over vrijwillige hulp van ouders, omdat heel veel ouders voortaan beiden een baan hebben. Helaas schijnt tegenwoordig de cognitieve ontwikkeling de boventoon te voeren en is de creatieve ontwikkeling een ondergeschoven kindje geworden. Ik zou willen roepen naar Den Haag: HELP, laat scholen weer meer uren inroosteren voor creatieve vakken, zodat de kinderen ook lekkerder in hun vel komen te zitten. Creatieve therapie a.h.w. schept hoop voor een goede toekomst. Bedankt voor deze site het heeft mij weer een nieuwe impuls gegeven.
— Dini Spapens · mrt 13, 14:04 · #